Wie ben je zonder werk?

Shirley zegde haar baan als webredacteur bij Santé op zonder een nieuwe baan te hebben. Het voelde bijna alsof ze een deel van haar identiteit vaarwel zegde. Ze vraagt zich af: wie ben ik eigenlijk zonder werk?

Je herkent het vast wel: je staat op een feestje en ontmoet iemand die je nog niet eerder ontmoet hebt. Al snel volgt de vraag: ‘En, wat doe jij?’ Technisch gezien sta je met een bitterbal in je hand op een feestje, toch is het antwoord op die vraag bijna altijd gerelateerd aan het werk dat je doet. De één werkt in de zorg, de ander is boekhouder, een derde werkt in de ict. We zijn zoveel meer dan ons werk en toch komt dat werk in ieder voorstelrondje naar bovendrijven. Volgens Tosca Gort, arbeidspsycholoog en oprichter van GORTcoaching, komt dat omdat werk een veilig onderwerp is om over te praten. Dat zal best, maar nu ik geen werk heb, is die vraag best confronterend.

Voor de liefde zegde ik mijn baan op en verhuisde ik de grens over. Na de zoveelste keer vertellen dat ik geen werk heb, vraag ik me af wie ik eigenlijk ben zonder werk. Doe ik ertoe in de maatschappij? Ik maak grapjes over op mijn vriends zak teren. Ik lach erom en het is een luxeprobleem, maar eigenlijk schaam ik me er een klein beetje voor. In Engeland hebben ze een mooie term bedacht om de schaamte te verdoezelen. Werkloos? Nee hoor, gewoon ik zit gewoon ‘in between jobs’. Ik ben zelf meer voorstander van een term die is overgewaaid uit Amerika: ‘funemployment’. Je moet er toch proberen het beste van te maken.

Ik heb waarschijnlijk makkelijk praten

Ik heb zelf mijn baan opgezegd. Het kan ook gebeuren dat je tegen je wil in op straat komt te staan. Soms volledig onverwacht. Arbeidspsycholoog Tosca Gort ziet het regelmatig in haar praktijk: “Een baan verliezen is heel erg pittig. Het kan je erg onzeker maken en je aan jezelf laten twijfelen. Bij sommige mensen is het proces van werk loslaten zelfs te vergelijken met een rouwproces. Je leven zoals je het kende, is er niet meer. Je verliest je werk, inkomen, zekerheid…En voor veel mensen voelt het dus ook alsof ze een deel van hun identiteit verliezen. Je brengt veel tijd op je werk door en dat deel van jezelf dat zo vertrouwd is, valt weg.” 

Sofie werd een jaar geleden onverwacht op straat gezet door de radiozender waar ze werkte. Inmiddels heeft ze een andere baan waar ze het naar haar zin heeft, maar dat betekent niet dat het verdriet om haar vorige baan weg is. “Radio maken is mijn passie. Toen ik dat kwijtraakte, voelde ik een snijdende pijn. Het slijt, maar ik kan nog steeds niet naar de radio luisteren zonder te huilen. De plek in mijn hart voor het vak is gigantisch, het is jammer dat daar nu een groot litteken op zit. Ik probeer het – met professionele hulp – af te sluiten en een plaats te geven.

Het verhaal van Sofie raakt me. Hoe pijnlijk is het als je passie op die manier van je wordt afgenomen. Dan mag ik toch niet klagen? Ik heb nota bene zelf mijn ontslag ingediend. Volgens Tosca Gort is het toch niet zo vreemd dat het impact op me heeft. Ze benadrukt dat het een grote misvatting dat werk alleen een verplichting is.“Je werkte waarschijnlijk niet alleen voor het geld… De meeste mensen halen meer uit hun werk dan alleen inkomen. Je werk is goed voor je ontwikkeling, inspiratie, gezelligheid en om onder de mensen te komen.

Dat herkent Wendy (30), haar traineeship eindigde negen maanden geleden. “Soms heb ik behoefte aan sociaal contact, maar de meeste mensen werken overdag. Mijn vrienden en familie wonen niet in de buurt, dus even snel langsgaan zit er niet in. Op zulke momenten mis ik het contact met collega’s. Mijn mede-trainees waren geweldig, maar tijdens mijn traineeship ontdekte ik dat ik nu liever een baan in een iets andere richting zoek. Soms zie ik een toffe baan in de juiste richting, maar dan word ik afgewezen door te weinig werkervaring of de ‘verkeerde’ vooropleiding. Een leuke baan onder mijn niveau is waarschijnlijk (tijdelijk) de beste oplossing – om gewoon weer lekker aan het werk te gaan. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Ik vind het moeilijk om de verwachtingen vanuit de traineeship “voor high potentials” los te laten. Dat innerlijke stemmetje dat roept ‘wát een afgang!’ heb ik nog niet helemaal onder controle…”

Use it or lose it

Als je werkt, heb je waarschijnlijk wel eens zin in een periode zonder werk. Een periode zonder werk kan zeker fijn zijn, maar als je geen zekerheid hebt dat je daarna weer aan de slag kunt, voelt het anders. Ik vermaak me verrassend goed thuis, maar ik word toch voortdurend achtervolgd door het gevoel dat ik eigenlijk zou moeten solliciteren. Het voelt een beetje alsof ik buiten de maatschappij sta en naarmate ik langer thuis zit, word ik onzekerder over mijn eigen kunnen. Ik krijg talloze complimenten over mijn indrukwekkende cv, maar als ik echt zo goed was, had ik toch allang een nieuwe baan gevonden? Afwijzingen komen tien keer zo hard aan dan afwijzingen die ik kreeg toen ik nog een baan had. Waar mijn vriendinnen het stoer vinden dat ik alles heb achtergelaten voor de liefde, helpt het niet mee dat mijn moeder zich al sinds week drie van mijn werkloosheid zorgen maakt over of ik ooit een nieuwe baan zal vinden. Goedbedoeld stuurt ze vacatures binnen een straal van tweeënhalf uur naar me door. Ik spreek haar de moed in dat ik echt wel een nieuwe baan zal vinden, al begin ik zelf de moed bij vlagen een beetje te verliezen.

Routine is the key

Tosca Gort geeft aan dat werk ook belangrijk is vanwege de positieve stress die het geeft. Je gebruikt op je werk je hersenen en het houdt je scherp. Als het om je hersenen gaat, geldt eigenlijk use it, or lose it. Je moet je hersenen blijven prikkelen. Als je niet meer aan het werk bent, mis je die prikkels om je scherp te houden. Je voelt je steeds verder van de maatschappij staan. Iedereen lijkt te verwachten dat je werkt. Sommige mensen beginnen sociaal contact zelfs helemaal uit de weg te gaan, om geen vragen over werk te hoeven beantwoorden.” 

Om jezelf scherp te houden en positief te blijven, is een routine houden belangrijk, benadrukt Tosca Gort. Dat is nou net wat veel werkloze mensen – inclusief ikzelf – lastig vinden, maar Tosca heeft gelijk: je hebt er niets aan als je de halve dag in bed blijft liggen. Wendy vertelt dat ze drie keer per week gaat sporten om structuur te houden. Ze volgt een cursus die aansluit bij het werk dat haar leuk lijkt, daar krijgt ze huiswerk en ze zet plichtsgetrouw iedere dag haar wekker. Dat laatste drukt me met mijn neus op de feiten. Als mijn vriend voor zeven uur ‘s ochtends opstaat om naar zijn werk te gaan, word ik daar meestal wakker van, maar ik hou stug mijn ogen dicht en slaap een uurtje – of twee – verder. Mijn dag zonder werk duurt te lang als ik voor zevenen al naast mijn bed sta. Daar is ruimte voor verbetering.

Het liefst begin ik mijn dag dus niet te vroeg, maar daarna vliegt de tijd. Als hobby heb ik twee blogs, ik heb me aangesloten bij een boekenclub en spreek af met mensen – sommige heb ik online leren kennen. Ik haal de certificaten van Google, ik schrijf, ik regel zaken rondom mijn emigratie… Ik weet mezelf prima bezig te houden en heb zelfs al snel freelanceklussen, waardoor ik niet helemaal werkloos ben. Feit blijft dat ik het grootste deel van de dag thuis ben en het gevoel heb dat er iets groots ontbreekt in mijn leven.

Waarmee vul je je dagen zonder werk?

Het belangrijkste volgens Tosca Gort: op zoek gaan naar een nieuw doel voor je dagen. Als je er echt moeite mee hebt om jezelf los te zien van je werk, dan betekent dat misschien zelfs een zoektocht naar een nieuwe identiteit. Wie ben je zonder werk en waarmee vul je je dagen zonder werk? Eén van de redenen dat werk door de maatschappij als zo belangrijk wordt gezien, is het feit dat werk een goede manier is om jezelf te ontplooien. Maar ook in een werkloze periode kun je jezelf ontwikkelen. Er zijn tegenwoordig online talloze (gratis) cursussen te volgen, je kunt je laten bijscholen of omscholen, aan persoonlijke doelen werken, meer tijd in je hobby stoppen of vrijwilligerswerk doen. Probeer in een zoektocht naar je nieuwe baan buiten de gebaande paden te denken. Bied aan om ergens (onbetaald) mee te lopen of vraag mensen in je kennissenkring eens of je een dag of twee met hen mee kan lopen. Ontdek nieuwe interesses, andere vakgebieden of hobby’s. Koken in het buurthuis? De honden van de buren uitlaten? Leuk!

Het is goed om bezig te blijven en af en toe een stap te zetten ondanks dat je niet weet wat het je op zal leveren. Zo schrijf ik dit artikel terwijl ik geen ondernemer ben en nog geen idee heb hoe ik een internationale factuur ga versturen. Misschien zet je door dat vrijwilligerswerk, je contacten in het buurthuis of die cursus zonder dat je het weet de eerste stap in de richting van iets dat je leven verandert, een nieuwe baan of een hobby.

Lees ook: In between jobs, wat doe je met je tijd?

Was dit te voorkomen?

Eerlijk gezegd had ik van tevoren zien aankomen dat het wegvallen van mijn werk impact zou hebben. Is dat iets waar je je op voor moet bereiden? Tosca is er stellig over: “Nee. Er zijn maar weinig mensen die zich alléén maar identificeren met hun werk. Of zichzelf alleen als moeder, partner van of verzorger zien. En als je jezelf wel zo ziet en daar happy mee bent? Dat is prima, waarom zou je daar iets aan veranderen? Durf het aan om de minder leuke gevoelens onder ogen te zien en te erkennen. Juist dat rottige gevoel kan de grootste motivatie zijn om iets positiefs in gang te zetten – zoals vaart zetten achter zoeken naar een nieuwe baan. Wegdrukken of goedpraten van emoties kan dan afleiden.” Gedurende je leven kan en mag je identiteit veranderen. Je groeit voortdurend en in een periode zonder werk, leer je jezelf waarschijnlijk beter kennen dan ooit. 

Dus vanaf nu heb ik antwoord op de vraag: ‘wie ben ik zonder werk?’ Mezelf. Misschien zelfs onderweg naar een nog betere versie van mezelf.

Identificeren we ons nu meer met ons werk dan vroeger?

Hoe ons werk met onze identiteit samenhangt, is door de jaren heen veranderd. Vroeger werd je geboren met een identiteit die vrij duidelijk was. Als je vader boer was, werd jij waarschijnlijk ook boer. En hadden je ouders een fabriek? Dan ging je in de fabriek werken en nam je de boel later over. De meeste mensen werkten hun hele leven bij hetzelfde bedrijf. De identificatie met het werk of zelfs het bedrijf werd daardoor steeds sterker. Tegenwoordig kies je zelf wat je doet, bijna niemand werkt meer zijn hele leven bij hetzelfde bedrijf. Je kunt in principe alle kanten op en hoewel je identiteit dus eigenlijk minder vast staat en je hem zelf kunt vormen, vóelt het daardoor juist alsof je werk meer onderdeel van jou is. Je hebt er immers zelf voor gekozen. Daarnaast lopen werk en privé bij veel mensen naadloos in elkaar over, waardoor werk nog meer in je identiteit verweven raakt.

Dit artikel schreef ik eerder dit jaar. Het verscheen in het oktobernummer van Santé (2019). Inmiddels heb ik een nieuwe baan, maar dit artikel wil ik toch nog met jullie delen.

Facebooktwitterpinterestlinkedinmail