Istrie

Groene oase, olijfolieparadijs, topwijnen. Ik ontdekte een onverwacht joie de vivre.

Istrië is het grootste schiereiland van Kroatië, omgeven door een kristalheldere, groenblauwe zee. Ik reed met de auto langs de kust en landinwaarts en ontdekte een onverwacht joie de vivre.

Wanneer ik landinwaarts reis, valt het me pas op hoe groen Istrië eigenlijk is. Waar ik ook kijk, zie ik bergen en bos. Af en toe doemen er in de verte wat rode daken op. Istrië wordt weleens ‘Green Mediterranean’ genoemd. Die bijnaam is volkomen terecht en dat betekent dat je tijdens je vakantie volop kunt genieten van de natuur, die nog bijna ongerept is. De Brijuni-eilanden zijn uitgeroepen tot officieel nationaal park en er zijn negen beschermde natuurgebieden. Je kunt er naar hartenlust wandelen of mountainbiken, een fijne manier om Istrië te ontdekken. Ik kies voor een bergafwaartse mountainbikeroute. Een aanrader: ik adem de geur van het bos in, de wind waait zacht door mijn haar en ik hoef me niet veel in te spannen. De route die ik fiets, de Parenzana, is bijzonder, omdat die langs een deel van de oude spoorweg van Triëst naar Porec loopt. De spoorlijn was tussen 1902 en 1935 in gebruik. Tegenwoordig kun je langs en zelfs over de oude spoorlijn fietsen. Onderweg kom je door een aantal nauwe tunneltjes. Af en toe voel ik me gedwongen om af te stappen, omdat het er pikdonker is. Stop zeker bij een van de vele punten met panoramisch uitzicht, zo middenin de natuur voel je je echt klein. Ik geniet van de omgeving, maar wel met één oog op de weg. Takken, kuilen en keien zijn geen uitzondering op een fietspad dat gevormd is door de natuur.

Culturele happenings
Cultuur snuiven kan ik het middeleeuwse Groznjan. De stad veranderde na de oorlog bijna in een spookstad. Met 785 inwoners is het hier trouwens nog steeds niet dichtbevolkt. Toch vind je in de hobbelige straatjes tientallen galeries en kunstprojecten. In de zomermaanden veranderen de straten in een podium voor muzikanten en kunstenaars met onder andere kunst-, dans- en dramaworkshops voor jongeren. Voor meer cultuur reis je af naar Pula, met ongeveer 65.000 inwoners is deze stad een stuk groter. Ik vergaap me hier aan onder andere het zesde grootste amfitheater ter wereld en de kathedraal, maar je kunt je ook mee laten voeren door een van de vele festivals die in de zomermaanden op straat worden gevierd.

Onderwaterwereld
In Istrië vind je ook meer toeristische plaatsen zoals Porec en Rovinj. Waar Porec aanvoelt als een iets hippere stad, is Rovinj een authentieke stad, waar de voormalige invloed van Venetië goed te voelen is. De haven ligt vol bootjes en een stukje verderop rijzen vanuit het water kleurrijke huizen op. In Rovinj kun je dineren of cocktails drinken op de eerste rang aan zee: zittend op de rotsen met een drankje, terwijl je geniet van de lucht die van rood naar paars kleurt en de zon die in de zee zakt. Overdag kun je op dezelfde rotsplateaus en kiezelstranden zonnen. Een groep jongens duikt rechtstreeks van de rotsen de zee in. Ik neem veilig de trap. Naast zwemmen en watersporten is het de moeite waard om de onderwaterwereld van Istrië in te duiken. Aan de westkust tussen Rovinj en Pula kun je niet alleen duiken langs kliffen en grotten, je kunt er ook wrakduiken naar onder andere de resten van het Oostenrijkse passagiersschip Baron Gautsch, dat bekend staat als de Titanic van de Adriatische Zee. Een andere populaire duikplek is bij de resten van het vrachtschip Maona, dat scholen vol gekleurde vissen aantrekt.

Truffels zoeken
Eten is in Istrië een sociale aangelegenheid, en niet alleen ’s avonds. Je kunt hier eigenlijk de hele dag door eten, wijn proeven en genieten van verfijnde delicatessen. Ik laat geen moment om te eten onbenut. Extra fijn: culinaire hoogstandjes zijn hier nog betaalbaar. Een van de leukste dingen aan Istrië is dat men er veel inheemse producten eet. Truffels worden gevonden in het bos een dorpje verderop, verse vis wordt gevangen in de haven naast het restaurant en er zijn tal van lokale olijfolies en wijnen. Alle lekkernijen belanden als vanzelf op je bord in de restaurants, maar wat dacht je ervan om zelf een handje te helpen in het proces? Ga met een lokale visser op pad om te vissen of boek een trip om truffels zoeken in de bossen van Motovun. Het middeleeuwse stadje Motovun werd vooral bekend door de bossen eromheen. Dit is namelijk een van de beste gebieden om truffels te vinden. In de vroege uurtjes gaan getrainde honden het bos in, op zoek naar truffels. Bij de lunch of het diner schaaft de ober met alle liefde de eerder die dag gevonden truffels over je pasta heen en daarbij zijn ze zeker niet zuinig. Als je een echte truffelliefhebber bent, kun je je etentje zelfs afsluiten met truffelijs.

Wijn en olijfolie
Op tafel zul je bijna standaard verschillende olijfolies uit Istrië zien staan en de wijnen die geschonken worden, komen vaak uit eigen regio. Istrië telt talloze kleine wijn- en olijfoliemakers, die al jarenlang aan huis hun eigen producten maken. In veel reisgidsen vind je speciale wijn- en olijfolieroutes. De meeste producenten van een heerlijke wijn of olijfolie leiden je op afspraak graag uitgebreid rond in hun boomgaarden, brouwerij en perserij. Inclusief proeven natuurlijk, en dat is zeker geen straf met de smaakvolle Kroatische wijnen, zoals de rode wijn Teran of de dessertwijn prošek, niet te verwarren met prosecco. En dat er aan olijfolie zoveel te proeven valt? Dat wist ik helemaal niet. De familie Ipša heeft ongeveer duizend olijfbomen op het terrein, hun stenen huis lijkt er zelfs klein naast. Verschillende soorten bomen zijn tijdens het planten strikt gescheiden gehouden. Elk soort boom levert een extra vergine olijfolie op met een unieke smaak. Mede dankzij de bijzondere techniek die de familie gebruikt, heeft de olijfolie al verschillende prijzen gewonnen. Afgelopen jaar (note: ik schreef dit artikel in 2013) is de olijfolie verkozen tot de beste van Kroatië en de Italiaanse ‘olijfoliebijbel’ L’Extravergine heeft de olijfolie van Ipša zelfs uitgeroepen tot een van de beste olijfolies ter wereld.

Bijzonder rundvlees
Als je uit eten gaat in Istrië heb je genoeg keuze uit lekkere (lokale) gerechten op de menukaart. Wanneer je aan de kust bent, zul je misschien geneigd zijn om vis te bestellen, maar één vleessoort moet je absoluut proberen: boškarin, een inheems Istrisch rund, dat tot de grootste van Europa hoort. Van oorsprong werden boškarins gebruikt om het land te ploegen, maar nu, enkele tientallen jaren later, is het vlees ervan een delicatesse. Boškarins zijn vrij zeldzaam, in de jaren negentig waren er zelfs nog maar honderd over. Er zijn verschillende projecten opgezet om boškarins te beschermen en er zijn strenge regels om de dieren te houden. Een stukje vlees of carpaccio van de boškarin is echte haute cuisine, geserveerd in goede Kroatische restaurants.

Op je bucketlist
Zou je Istrië moeten toevoegen aan je bucketlist op het gebied van reizen? Het antwoord is wat mij betreft ja. Er heerst een joie de vivre die ik in eerste instantie niet verwacht had in Kroatië. De omgeving is prachtig, de mensen zijn vrolijk en behulpzaam, de prijzen zijn voor ons relatief voordelig en op culinair gebied heb ik niets te klagen. Ik heb maar één nadeel kunnen ontdekken; wie veel van Istrië wil zien, kan dat het best met de auto doen. Wanneer je zelf rijdt, betekent dat dat je de heerlijke Istrische wijnen te vaak zult moeten afslaan.

Dit artikel stond in oktober 2013 in de reisspecial Santé Breakaway van het tijdschrift Santé.

Facebooktwitterpinterestlinkedinmail